Mest afdekken met krijtsuspensie helpt tegen emissie
Leestijd: 3 minuten
Tijdens een demonstratie van het programma ‘Bemest op z’n Best’ ligt de nadruk op maximale stikstofbenutting door netjes te bemesten en nieuwe technieken te proberen. Een daarvan is het afdekken van de mest met een krijtsuspensie.

‘Dat is in het verleden al goed gelukt’, weet onderzoeker Zwier van der Vegte van Wageningen University & Research. ‘In 1999 emitteerde 350 miljoen kilo ammoniak vanuit de landbouw. Nu is dat nog maar 105 miljoen kilo. Dat is een reductie van twee derde. Maar we moeten meer doen en dat kan ook.’
Weersomstandigheden
Van der Vegte realiseert zich dat het weer met wind, temperatuur en vooral luchtvochtigheid of neerslag een groot deel van de emissie bepaalt.
In 1999 emitteerde nog 350 miljoen kilo ammoniak vanuit de landbouw
Netjes mest uitrijden en nieuwe technieken tellen ook hard aan in emissiereductie, blijkt tijdens demonstraties van het programma ‘Bemest op z’n Best‘. Samen met Netwerk Praktijkbedrijven, Koeien & Kansen en Vruchtbare Kringloop Oost hield het programma demodagen om de nieuwste emissiearme bemestingstechnieken te laten zien en nieuwe ideeën uit de praktijk onder de aandacht te brengen.
Al 58 ideeën uit de praktijk zijn aangemeld, waarvan er 18 kansrijk zijn. Deze worden binnen het programma nader onderzocht.
Om netjes te werken, zijn al veel technieken voorhanden zoals gps en sectieafsluiting. Vooral op de kopakker blijft het een uitdaging om niet te dik te bemesten, terwijl de combinatie nog op gang moet komen of te overlappen, omdat de afsluiters niet accuraat genoeg werken.
Chauffeur het belangrijkst
‘De chauffeur had ik misschien wel als eerste moeten noemen als meest bepalend voor goed werk. Niet alleen om de mest netjes in het gleufje te krijgen, maar ook om te zorgen dat vervolgens de mest niet meegroeit met het gras met een onsmakelijke kuil als gevolg’, zegt Van der Vegte.
Goed bemesten betaalt zich niet alleen uit in efficiënte mineralenstromen, maar ook in veel en smakelijk ruwvoer met een mooi hoog eiwitgehalte.
Slootsmid
Het opvallendst is de bemester van Slootsmid in het Gelderse Borculo die direct achter de sleufkouterbemester de meststroken afdekt met een krijtsuspensie om emissie tegen te gaan. Krijt dekt de mest af en bindt stikstof, zodat een emissiereductie wordt verwacht van 40 procent.
Slootsmid werkt al langer aan het idee. Op de standaard mesttank is een vat gebouwd waarin de krijtvloeistof is getankt. Aan de andere zijde is een hydraulisch aangedreven slangenpomp geplaatst, die de kalkvloeistof naar een lospijpje achter op de bemester pompt.
Lospijpje en spuitdop
Elke mestuitloop is voorzien van één lospijpje en een spuitdop. De spuitdop wordt gebruikt om eventueel een mineralenconcentraat te doseren dat beter is te verspuiten dan de stroperige krijtsuspensie. Om het aantal mestelementen met pneumatische afsluiters aan te passen aan het aantal uitlopen van de slangenpomp, zijn deze op een afstand gezet van 25 in plaats van 20 centimeter.

Per hectare is 500 liter krijtsuspensie nodig om de mest af te dekken. Na het uitrijden lijkt het bijna op een streep vogelpoep. Veel grassprieten zijn gedeeltelijk wit en niet alle mest is werkelijk afgedekt. De lengte van het gras is dan ook belangrijk voor de effectiviteit. Over de kosten van het systeem en de gebruikte suspensie kan Slootsmid nog weinig zeggen.

Andere technieken kunnen de emissie, die het hoogst is in de eerste twaalf uur na het aanwenden ook terugbrengen met een zuur of een chemische behandeling. ‘De pH van mest is 7. Dit terugbrengen naar 5 voor minimale emissie is duur. Maar terugbrengen naar 6 kan misschien wel. Wij onderzoeken wat de gevolgen zijn op alle vlakken’, zegt Van der Vegte.
Terug naar vroeger
Een manier om de emissie te beperken, is ook om de mest diep weg te stoppen onder de grond. De injectiecombinatie van melkveehouder Henk Pelleboer in het Overijsselse Mastenbroek toont, zeker in combinatie met de gedateerde Ursus ervoor, als een stap terug naar vroeger. Op flinke rijafstand en met een diepte van 12 centimeter wordt de mest werkelijk geïnjecteerd.
De emissie is nihil en op de lemige zandgrond rond het Overijsselse Holten komen de snijschijven prima de grond in. De vraag is of dit op harde en droge klei ook lukt. Ook zouden de elementen nog iets beter de sleuven moeten toedekken, zodat de zode snel kan herstellen.

Volgens Pelleboer zorgt de diepere bemesting voor een diepere beworteling en daardoor ook voor een dichtere zode, die daarmee beter bestand is tegen onkruid en droogte.
Plasmabehandeling
In het project is ook aandacht voor de ProManure E2950 Manure Enricher van GEA en het Noorse N2 Applied waarbij de mest door een plasmabehandeling wordt verrijkt met stikstof. Van 4 kilo stikstof per kuub naar 6 kilo. Tegelijkertijd dalen de ammoniak- en methaanemissies bij het uitrijden enorm.
Volgens GEA daalt de pH van de mest zonder toevoeging van chemische zuren van 8 naar 5 tot 6, zodat de emissie van ammoniak bij het uitrijden met 95 procent reduceert en broeikasgas methaan reduceert met 99 procent. Bovendien wordt de mest reukloos. Dat werd tijdens de demo bewezen door de aanwezigen een potje behandelde mest onder de neus te duwen.
Machinefabrikant Slootsmid laat op een demonstratie binnen het programma Bemest op z’n Best, een nieuwe zodenbemester zien die een kalksuspensie aanbrengt op de uitgereden mest. Het doel: ammoniakemissie terugdringen.
Slootsmid uit Borculo (Gld.) demonstreert op een demonstratie die georganiseerd is vanuit het programma Bemest op z’n Best in Riethoven (N.-Br.), een prototype zodenbemester die de uitgereden mest direct afdekt met een laagje kalksuspensie. Daarmee probeert Slootsmid de ammoniakemissie, die volgens onderzoek de eerste twaalf uur na het uitrijden het hoogste is, terug te dringen. Het programma Bemest op z’n Best, wat als doel heeft om de ammoniakemissie te halveren, onderzoekt deze innovatie op effectiviteit. Daarvan zijn op dit moment nog geen resultaten bekend.

Achter iedere uitloop monteert Slootsmid een spuitdopje, maar omdat de kalksuspensie te dik bleek voor die spuitdop is er ook een uitlooppijpje achter gemonteerd. De kalksuspensie loopt uit het achterste uitlooppijpje.
SLANGENPOMP ERBIJ
Slootsmid gebruikt als basis een standaard zodenbemester. Aan de rechterkant van de tank hangt een extra vat waar de kalksuspensie in wordt meegenomen. Eronder plaatst Slootsmid een hydraulisch aangedreven slangenpomp, waarmee het mogelijk is om een abrasief materiaal (grof, slijpend) te verpompen. Iedere mestuitloop is voorzien van een spuitdop, en een pijpje. Die spuitdop gebruikt Slootsmid voor het uitrijden van mineralenconcentraat, maar omdat de kalksuspensie daar te grof voor is, is ervoor gekozen om de bemester ook uit te rusten met een uitlooppijpje. Daaruit loopt de kalksuspensie over de mest.

Aan de rechterkant van de tank monteert Slootsmid een hydraulisch aangedreven slangenpomp met erboven een vat waar de kalksuspensie in wordt meegenomen.
KALKMESTSTOF
Het mengsel, wat wordt gebruikt om de mest af te dekken, bestaat voor vijftig procent uit water, en voor de andere vijftig procent uit Calhix. Dat laatste is een vloeibare kalkmeststof wat bestaat uit een natuurlijk krijt. Tijdens de demonstratie wordt de mest afgedekt met een dosering van zo’n 500 liter kalksuspensie per hectare. Het is nog te vroeg om te zeggen wat de juiste dosering van dit middel is, wat de kosten ervan zijn, en wat het effect is van het afdekken van de mest.
De demonstratie is georganiseerd door het programma Bemest op z’n Best. Dit voorjaar volgen nog soortgelijke demonstraties in Voorst (Gld.), Holten (Ov.) en Nij Beets (Fr.).
Auteur: Bob Karsten

Het resultaat: er ligt een laagje kalksuspensie op de mest. Uit onderzoek is gebleken dat de ammoniakemissie de eerste twaalf uur na het uitrijden het hoogste is, en het doel van het laagje kalksuspensie is dan ook om die emissie terug te dringen. De effectiviteit wordt dit jaar onderzocht.
Bron: Nieuwe Oogst https://www.nieuweoogst.nl/nieuws/2024/04/04/mest-afdekken-met-krijtsuspensie-helpt-tegen-emissie

